artists and

Bouwsels van verbeelding

Ruth Loos, 2010. "Bouwsels van verbeelding. Over het werk van Wim Geeven." Salon 2060 / Kunsten Noord Net

 

Ze ontstaan vanzelfsprekend, ze zijn eenvoudig, ze evoceren complexiteit. De objecten van Wim Geeven oscilleren tussen sculpturaal en architecturaal, tussen herkenbaar en ondefinieerbaar. Ze roepen een waaier aan beelden op zonder met één ervan samen te vallen. Dat is mede wat hun aantrekkingskracht bepaalt: hoe deze objecten ook refereren aan een gebouw, een berg, een vlinder, een skelet, een boomstam, een vliegtuig, ... ze blijven een raadsel. Ze zijn meerduidig, op een intrigerende manier ‘onduidelijk’. Ze ontsnappen aan onze quasi-spontane drang de dingen te benoemen.

 

Met veel aandacht zaagt Geeven zijn artistiek materiaal uit broos hout van in de wijk verzamelde fruitkistjes. Met nog meer aandacht worden de streepjes hout verlijmd tot een sculpturaal of architecturaal gegeven. Hout als weefsel, structuur, textuur, ritme, patroon. Hout dat ruimtes doet ontstaan, binnen- en buitenruimtes, en grenszones. Houtjes die zich schikken tot een geritmeerd ruimtegevoel. Houtjes die structuren constitueren waar lucht, licht en verbeelding vrij spel hebben.

 

In Salon 2060 koos Geeven voor een specifieke presentatie. Hij toont niet één, niet vele, maar exact twee sculpturen/structuren. Deze ontdubbeling, verdubbeling, schaalverandering vraagt een aandachtig kijken. Aandacht voor de relatie tussen twee objecten die hetzelfde zijn en toch anders; voor het lichte karakter van het wandobject en het ogenschijnlijk meer gegronde van het architectonische vloermodel; voor de rode en zwarte toevalskleuren van het ene object die met zorg herhaald werden op het andere. Wat de objecten zeker delen, zit vervat in de titel van deze presentatie: beide kunnen ze wing zijn, maar zekerder is het dat ze een beetje wicked zijn.

 

Ruth Loos, Antwerpen, juni 2010.